ECLI:NL:GHAMS:2003:AI1328
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Beoordeling boete omzetbelasting tweede aangifteverzuim en proceskostenvergoeding
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag met een boete van ƒ125 wegens het niet tijdig doen van aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal 2001. Zij stelde dat de boete onterecht was omdat een eerdere mededeling sprak van een eerste verzuim, waarvoor geen boete wordt opgelegd.
Het hof oordeelde dat belanghebbende een tweede verzuim had gepleegd, mede omdat zij eerder ook te laat aangifte had gedaan over het vierde kwartaal 2000. De boete was passend en behoorde gehandhaafd te blijven. Het hof verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat de mededeling van de inspecteur uitsluitend betrekking had op het betaalverzuim en de boete al was opgelegd toen belanghebbende de mededeling ontving.
Daarnaast ging de inspecteur niet in op de bezwaren in de uitspraak op het bezwaarschrift, waardoor belanghebbende genoodzaakt was het beroep bij het hof aan te spannen. Het hof veroordeelde de Staat tot vergoeding van het griffierecht, maar niet van proceskosten omdat belanghebbende stelde die niet te hebben gemaakt.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd. De uitspraak is gedaan door mr. Vrouwenvelder op 7 mei 2003.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens tweede aangifteverzuim is ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.