ECLI:NL:GHAMS:2003:AI1335
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Ouderaa
- Kostense
- Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslag vennootschapsbelasting 1994 wegens niet tijdige oplegging
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in beroep tegen de aanslag vennootschapsbelasting 1994 die door de inspecteur was opgelegd en gehandhaafd na bezwaar. De kern van het geschil betrof de vraag of de aanslag tijdig was opgelegd, waarbij de inspecteur stelde dat uitstel was verleend voor het indienen van de aangifte tot 1 maart 1996, waardoor de oplegging op 31 juli 1998 binnen de termijn zou vallen.
Het Hof oordeelde dat de inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd dat het uitstel aan belanghebbende duidelijk kenbaar was gemaakt. De enkele registratie in het interne systeem van de Belastingdienst was onvoldoende. Hierdoor kon de aanslag niet als tijdig worden beschouwd en werd deze vernietigd, evenals de beschikking heffingsrente.
Daarnaast oordeelde het Hof dat de inspecteur door het opleggen en handhaven van de aanslag een onrechtmatige daad had begaan jegens belanghebbende, waarvoor de Staat aansprakelijk is. Het Hof heropende het onderzoek naar de omvang van de schadevergoeding en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende.
De overige geschilpunten, zoals de zakelijke rente en accountantskosten, werden niet inhoudelijk behandeld vanwege de vernietiging van de aanslag.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting 1994 is vernietigd wegens niet tijdige oplegging en de inspecteur is veroordeeld in de proceskosten.