ECLI:NL:GHAMS:2003:AI1337
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Ouderaa
- Kostense
- Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslag vennootschapsbelasting wegens niet tijdig kenbaar gemaakt uitstel
Belanghebbende, een besloten vennootschap, maakte bezwaar tegen een aanslag vennootschapsbelasting over het jaar 1996 die door de inspecteur was opgelegd. De kern van het geschil betrof de vraag of de aanslag tijdig was opgelegd, waarbij de inspecteur stelde dat uitstel was verleend voor het indienen van de aangifte tot 1 maart 1998. Belanghebbende voerde aan dat dit uitstel niet duidelijk aan haar was kenbaar gemaakt.
Het Hof stelde vast dat de inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd waaruit het verleende uitstel aan belanghebbende duidelijk kenbaar was gemaakt. Diverse stukken die de inspecteur overlegde, waaronder correspondentie en interne gegevens, boden onvoldoende grond om te concluderen dat het uitstel daadwerkelijk was verleend en bekend was bij belanghebbende. Hierdoor was de aanslag onrechtmatig opgelegd buiten de wettelijke termijn.
Verder oordeelde het Hof dat de inspecteur door het opleggen en handhaven van de aanslag een onrechtmatige daad jegens belanghebbende had begaan, die aan de Staat moest worden toegerekend. Belanghebbende had recht op vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in de bezwaarfase, maar de omvang daarvan moest nader worden onderzocht.
Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de aanslag en de beschikking heffingsrente, en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten. Tevens werd het onderzoek heropend voor de vaststelling van de schadevergoeding. De uitspraak werd op 10 juni 2003 gedaan door het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting 1996 wordt vernietigd wegens niet tijdig kenbaar gemaakt uitstel.