ECLI:NL:GHAMS:2003:AI1394
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Van Kuijck
- Denie
- Nunnikhoven
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring verzoek vergoeding ondergane inverzekeringstelling
Appellant werd op 19 november 2001 in verzekering gesteld wegens een verdenking van een vermogensdelict en op 20 november 2001 weer in vrijheid gesteld. Hij diende een verzoek in op grond van artikel 89 Wetboek Pro van Strafvordering tot vergoeding van schade door de ondergane inverzekeringstelling. De rechtbank verklaarde dit verzoek niet-ontvankelijk omdat eerder verzoeken waren afgewezen en er geen zaak als bedoeld in de artikelen 36, 89 en 591a Sv zou zijn.
Na ontvangst van informatie over een politiesepot die niet bekend was bij de rechtbank, stelde appellant opnieuw een verzoek in. Het hof oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het verzoek niet-ontvankelijk had verklaard en vernietigde die beslissing. Het hof behandelde het verzoek inhoudelijk en concludeerde dat appellant het aan zichzelf te wijten had dat hij in verzekering was gesteld, omdat hij onware verklaringen had afgelegd over de diefstal van zijn vrachtauto.
Daarom vond het hof geen gronden van billijkheid voor toekenning van een schadevergoeding en wees het verzoek af. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard wat betreft ontvankelijkheid, maar het verzoek werd alsnog afgewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart appellant ontvankelijk maar wijst het verzoek om vergoeding van schade wegens ondergane inverzekeringstelling af.