ECLI:NL:GHAMS:2003:AL3288
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- J.H. Schaap
- J. Steenbergen
- J. van Loon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van kostenraming naheffingsaanslag parkeerbelasting door gemeente 's-Gravenhage
Belanghebbende betwistte de hoogte van de in rekening gebrachte kosten van ƒ 65 voor het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting door de gemeente 's-Gravenhage, stellende dat deze kosten hoger waren dan de werkelijke geraamde kosten en dat de ramingsprocedure volgens artikel 2 van Pro het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen niet was gevolgd.
De Hoge Raad vernietigde een eerdere uitspraak en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor nadere behandeling. Het hof onderzocht of de gemeente de ramingsprocedure correct had toegepast en of de kostenraming niet werd overschreden.
Het hof stelde vast dat de gemeente jaarlijks een begroting vaststelt waarin de kostenramingen zijn opgenomen, ook al is er sprake van een 'getrapte' vaststelling. De begroting 1998-2001 en de aangepaste begroting fiscalisering 1998 werden als voldoende onderbouwing geaccepteerd. De door verweerder gehanteerde kostencomponenten en de verdeling van salariskosten van parkeercontroleurs (75% toegerekend aan naheffingsaanslagen) werden redelijk bevonden.
Het hof concludeerde dat de geraamde kosten per naheffingsaanslag (meer dan ƒ 65) de in rekening gebrachte kosten ruimschoots dekken en dat de ramingsprocedure conform artikel 2 van Pro het Besluit is gevolgd. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard; de kostenraming van ƒ 65 voor naheffingsaanslagen is correct toegepast.