ECLI:NL:GHAMS:2003:AL3367
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Onnes
- Van Loon
- Holdert
- Rechtspraak.nl
Beoordeling informele kapitaalstorting bij overmakingen binnen verzekeringsconcern
De moedermaatschappij van de verzekeringstak van een concern maakte een bedrag over aan een dochtermaatschappij, bestemd voor een voorziening ter dekking van excessieve schaden binnen het concern. De dochtermaatschappij voerde aan dat deze overmaking geen informele kapitaalstorting was, maar een dotatie voor winstegalisatie. Het geschil betrof de vraag of de overmaking in 1995 als informele kapitaalstorting moest worden belast met kapitaalsbelasting.
Het hof stelde vast dat er geen schriftelijke overeenkomst was en dat de overmakingen niet berustten op geldleningen of verzekeringscontracten. Wel was aannemelijk dat terugbetaling van de overgemaakte bedragen kon plaatsvinden bij excessieve schaden, wat het hof kwalificeerde als een ontbindende voorwaarde. Hierdoor moest de heffing van kapitaalsbelasting worden beoordeeld op het moment van vervulling van die voorwaarde.
Het hof concludeerde dat de overmaking het vermogen en het economische potentieel van de dochtermaatschappij had vergroot, omdat zij de middelen kon beleggen en de opbrengsten behouden. Daarom was sprake van een informele kapitaalstorting. De naheffingsaanslag werd bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag kapitaalsbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.