ECLI:NL:GHAMS:2003:AL3389
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van de Merwe
- Rechtspraak.nl
Uitsluiting aanmerkelijkbelanghouder en echtgenoot van werknemersspaarregelingen toegestaan
Belanghebbende, enig aandeelhouder van D B.V. en houder van 86% van de aandelen van E B.V., voerde beroep aan tegen naheffingsaanslagen loonbelasting over de jaren 1996 tot en met 2001. De kern van het geschil betrof de vraag of de werknemersspaarregelingen, waaronder spaarloon- en premiespaarregelingen, van toepassing waren op belanghebbende en zijn echtgenote als enige werknemers met aanmerkelijk belang.
Belanghebbende stelde dat ook werknemers van dochtervennootschappen met vergelijkbare regelingen in aanmerking moesten worden genomen en dat de regeling onrechtmatig onderscheid maakte. Het Hof verwierp deze stellingen, stellende dat werknemersspaarregelingen per inhoudingsplichtige gelden en dat het onderscheid in artikel 23 van Pro de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen (URWW) geoorloofd is vanwege uitvoerbaarheid.
Het Hof concludeerde dat de uitsluiting van aanmerkelijkbelanghouders en hun echtgenoten als enige werknemers van een vennootschap van de spaarregelingen rechtmatig is, ook indien dochtervennootschappen andere werknemers in dienst hebben. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslagen wordt ongegrond verklaard.