ECLI:NL:GHAMS:2003:AL3542
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting na overlijden houder
De zaak betreft een beroep van de erven van X tegen naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting over de periode van 25 juni 2000 tot en met 24 juni 2002. X was houder van het motorrijtuig en had een vrijstelling wegens invaliditeit. Na zijn overlijden op 11 maart 1997 zijn de erven als rechtsopvolgers aangemerkt als houder van het voertuig, maar zij hebben nagelaten binnen vijf weken een nieuw kentekenbewijs aan te vragen.
De Belastingdienst heeft de vrijstelling wegens invaliditeit per 25 juni 2000 ingetrokken en vervolgens naheffingsaanslagen opgelegd, die niet tijdig zijn betaald. De erven betwistten de aanslagen en stelden onder meer dat de vrijstelling ook voor de echtgenote van X had moeten gelden en dat zij een toezegging hadden gekregen slechts de helft van het bedrag te hoeven betalen.
Het hof oordeelt dat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd omdat de erven als houder worden beschouwd en de vrijstelling wegens invaliditeit na het overlijden van X is vervallen. Er is geen bewijs van een toezegging tot betaling van de helft van het bedrag en er is geen beschikking afgegeven voor vrijstelling aan de echtgenote. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de proceskosten worden niet aan de erven opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de erven wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting worden bevestigd.