ECLI:NL:GHAMS:2003:AL8352
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens niet tijdig betalen
Belanghebbende parkeerde op 29 juni 2002 een voertuig aan de A-straat te Zandvoort waar parkeerbelasting verschuldigd was. Bij controle bleek geen geldig parkeerkaartje aanwezig, waarna een naheffingsaanslag van €42,80 werd opgelegd. Belanghebbende stelde tevergeefs dat de chipknip van de parkeerautomaat defect was en dat hij geld aan het wisselen was om contant te betalen.
Het hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de chipknip defect was. Uit het bewijs bleek dat de parkeerautomaat op tijd in werking was gesteld, maar dat belanghebbende vóór dat moment niet uitsluitend betalingshandelingen verrichtte. Dit betekent dat sprake was van gedeeltelijk niet betalen van de parkeerbelasting.
Op grond van artikel 234 van Pro de Gemeentewet en artikel 20 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen was de gemeenteambtenaar bevoegd de naheffingsaanslag op te leggen, ook al vond het opleggen plaats nadat de parkeerautomaat in werking was gesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.