ECLI:NL:GHAMS:2003:AN1345
Gerechtshof Amsterdam
- Mondelinge uitspraak
- Kostense
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffing afvalstoffen- en lozingsrecht voor bedrijfsschip met woongedeelte
Belanghebbende, eigenaar en gebruiker van een schip met een werkplaats en een afgescheiden woongedeelte, maakte bezwaar tegen aanslagen afvalstoffenheffing en lozingsrecht opgelegd door de gemeente Zaanstad voor het jaar 2002. Het schip lag gewoonlijk in gemeentewater bestemd voor openbare dienst en werd gebruikt voor laswerkzaamheden, waarbij het woongedeelte feitelijk bewoond werd.
Het hof oordeelde dat het schip als perceel moet worden aangemerkt in de zin van de Verordening afvalstoffenheffing, ook al is het schip mede voor bedrijfsdoeleinden in gebruik en heeft het geen vaste verbinding met de wal. Het feit dat belanghebbende het bedrijfs- en huishoudelijk afval via speciale vuilcontainers voor de bedrijfsmatige vaart afvoert, doet niet af aan de heffingsplicht.
Verder werd het beroep verworpen dat sprake zou zijn van dubbele heffing vanwege betaling van binnenhavengeld, milieuheffing en reinigingsrecht. Deze heffingen betreffen andere belastbare feiten en zijn daarom toegestaan. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat vergelijkbare gevallen ongelijk werden behandeld.
Ten slotte bevestigde het hof de aanslag lozingsrecht, aangezien het schip in gemeentewater lag dat onder de riolering in de Verordening lozingsrecht valt. Gezien het voorgaande werd het beroep ongegrond verklaard en werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de aanslagen afvalstoffenheffing en lozingsrecht en verklaart het beroep ongegrond.