ECLI:NL:GHAMS:2003:AN7511
Gerechtshof Amsterdam
- Mondelinge uitspraak
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Beperking renteaftrek bij inkomsten uit rechten die niet op zaken betrekking hebben
Belanghebbende diende een aangifte inkomstenbelasting in over 1999 waarbij de aftrek van rente en kosten van geldleningen werd beperkt door de inspecteur op grond van artikel 38, zevende lid, Wet IB 1964. Deze beperking houdt in dat de renteaftrek maximaal gelijk is aan het bedrag van de inkomsten uit rechten die niet op zaken betrekking hebben, verminderd met de daarmee verband houdende kosten.
Belanghebbende stelde dat ook zijn inkomsten uit arbeid tot deze term behoorden, waardoor de aftrekbeperking te streng zou zijn toegepast. Het hof overwoog dat de term 'inkomsten uit rechten die niet op zaken betrekking hebben' volgens de wetssystematiek en de Memorie van Toelichting uitsluitend ziet op inkomsten uit vermogen, zoals aandelen en obligaties, en niet op inkomsten uit arbeid.
Het hof verwierp het beroep van belanghebbende en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd mondeling gedaan op 26 augustus 2003 door het lid van de belastingkamer Van der Ouderaa.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de beperking van de renteaftrek wordt ongegrond verklaard.