ECLI:NL:GHAMS:2003:AN7643
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van de Merwe
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van verzuimboete wegens te late betaling loonbelasting
Belanghebbende, een buitenlandse bank met een vaste inrichting in Nederland, had in 2002 negen werknemers in dienst. Voor de maand augustus 2002 diende zij €23.625 aan loonbelasting/premie volksverzekeringen (LB/PVV) af te dragen. Hoewel de aangifte tijdig werd ingediend, werd de betaling niet tijdig voldaan, waarop de inspecteur een verzuimboete van 5% (€1.181) oplegde.
Belanghebbende betwistte de boete primair op grond van het ontbreken van een tweede feitelijke instantie in belastingzaken, verwijzend naar een oordeel van het Human Rights Committee. Subsidiair stelde zij dat de boete disproportioneel was en een lagere boete passend zou zijn.
Het hof oordeelde dat het ontbreken van een tweede feitelijke instantie geen reden is om de boete te matigen of te vernietigen, mede gezien het wetsvoorstel tot invoering van een tweede instantie dat naar verwachting in 2005 in werking zal treden. De boete is conform de wettelijke bepalingen opgelegd en het betalingsverzuim betreft een derde of volgend verzuim, waarvoor de boete 5% bedraagt met een maximum van €2.268.
Het hof achtte de boete passend en geboden, stelde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan op 5 november 2003 door mr. Van de Merwe, lid van de belastingkamer.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verzuimboete van €1.181 wegens te late betaling van loonbelasting.