ECLI:NL:GHAMS:2003:AN7679
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Beukers-van Dooren
- Rechtspraak.nl
Toerekening van hypotheekrente tussen ex-partners na beëindiging gezamenlijke woning
Belanghebbende en zijn ex-partner waren gezamenlijk eigenaar en hoofdelijk aansprakelijk voor de hypotheek van hun woning, die per 24 november 2000 werd verkocht. Na beëindiging van hun relatie betaalde belanghebbende een deel van de hypotheekrente zelf en een deel aan zijn ex-partner, die de rest van de rente rechtstreeks aan de bank betaalde.
Het geschil betrof de vraag of een bedrag van ƒ 5.352 naast de reeds betaalde ƒ 1.950 als aftrekbare hypotheekrente kon worden toegerekend aan belanghebbende. Het hof oordeelde dat ondanks dat de rente door de ex-partner aan de bank werd voldaan, deze rente beide ex-partners aanging en dat de betaling door belanghebbende aan zijn ex-partner daadwerkelijk voor zijn rekening kwam.
Het hof stelde vast dat de totale aftrekbare kosten voor de woning in 2000 ƒ 11.022 bedroegen, waarvan ieder ex-partner 50% verschuldigd was. De aftrek voor belanghebbende werd derhalve beperkt tot maximaal ƒ 5.036. Het hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur en bepaalde het belastbaar inkomen op ƒ 27.617.
Daarnaast veroordeelde het hof de inspecteur in de proceskosten en gelastte vergoeding van het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 27.617.