ECLI:NL:GHAMS:2003:AN7821
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Boersma
- Goes
- Hamer
- Rechtspraak.nl
Vaststellingsovereenkomst wijzigt niet de uitgangspunten van de heffingsgrondslag bij omzetbelastingcorrecties
Belanghebbende voerde beroep aan tegen de weigering van de inspecteur om nageheven omzetbelasting en heffingsrente over de jaren 1994 tot en met 1997 als bedrijfslast in mindering te brengen op de winst uit onderneming over 1999. De inspecteur baseerde zich op de netto-methode, waarbij omzetcorrecties exclusief omzetbelasting worden berekend.
Het Hof stelde vast dat de vaststellingsovereenkomst uit 2001, waarin partijen overeenstemming bereikten over de belastingaanslagen over 1993 tot en met 1995, geen expliciete bepaling bevat die afwijkt van de netto-methode. Hierdoor blijft de uitgangspunt dat nageheven omzetbelasting niet aftrekbaar is als last op de winst van 1999.
Verder oordeelde het Hof dat de nageheven omzetbelasting en heffingsrente zakelijke lasten zijn, maar dat de omzetbelasting reeds in eerdere jaren ten laste van de winst is gebracht. De heffingsrente mag wel als last worden genomen, met een correctie voor het deel dat na 1999 is berekend.
Het Hof verklaarde het beroep gegrond, verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van f 101.417 en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten. Het arrest bevestigt dat vaststellingsovereenkomsten niet zonder expliciete bepaling de fiscale uitgangspunten wijzigen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van f 101.417.