ECLI:NL:GHAMS:2003:AN8720
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Handhaving voorlopige aanslag inkomstenbelasting ondanks betwist herinvesteringsvoornemen
Belanghebbende, exploitant van een sexclub, verkocht een bedrijfspand en kreeg een voorlopige aanslag inkomstenbelasting opgelegd waarbij de boekwinst op het pand werd belast. Hij diende een pro-forma bezwaar in dat aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan motivering. Het hof oordeelde dat het bezwaar alsnog ontvankelijk is omdat de inspecteur op de hoogte was van het herinvesteringsvoornemen.
Belanghebbende stelde dat hij een herinvesteringsreserve kon vormen op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001, mede door het afgeven van een bankgarantie. Het hof stelde dat het aan belanghebbende was om het herinvesteringsvoornemen op de balansdatum aannemelijk te maken. Dit is niet gelukt; de bankgarantie en de contacten over een nieuw pand waren onvoldoende om het voornemen te bewijzen.
De voorlopige aanslag is daarom terecht gehandhaafd. De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd, het bezwaar alsnog ontvankelijk verklaard, maar het beroep wordt afgewezen. De inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het bezwaar wordt ontvankelijk verklaard maar de voorlopige aanslag wordt gehandhaafd wegens onvoldoende aannemelijkheid van het herinvesteringsvoornemen.