ECLI:NL:GHAMS:2003:AN8910
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Kostense
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijk beroep tegen aanslag inkomstenbelasting wegens niet opgegeven drugshandelinkomsten
Belanghebbende, veroordeeld voor drugshandel en opslag, had in 1997 geen inkomsten aangegeven in zijn belastingaangifte. De inspecteur stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 3.558.428, gebaseerd op een strafrechtelijk financieel onderzoek en eerdere veroordelingen. Belanghebbende voerde aan dat hij beschikte over middelen uit 1994 en ontkende inkomsten uit drugshandel.
Het Hof acht aannemelijk dat belanghebbende in 1997 aanzienlijke inkomsten genoot uit drugshandel, mede gelet op het rapport en eerdere strafrechtelijke uitspraken. Door geen aangifte te doen, is de bewijslast omgekeerd en moet belanghebbende aantonen dat de aanslag onjuist is, hetgeen niet is gelukt.
Het Hof oordeelt dat de inspecteur niet onredelijk heeft gehandeld bij de vaststelling van het inkomen en verwerpt het verweer dat het inkomen gedeeld zou moeten worden met zijn zoon. Ook is geen schending van het recht op inzage in stukken vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 1997 wordt ongegrond verklaard en de aanslag van ƒ 3.558.428 gehandhaafd.