ECLI:NL:GHAMS:2003:AN9341
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Faase
- Den Boer
- Slijpen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling foutenleer en proceskosten bij valutatermijncontracten in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een vennootschap, wilde het in 1995 behaalde resultaat uit valutatermijncontracten met toepassing van de foutenleer in 1996 alsnog tot de kostprijs van een deelneming rekenen. Het Hof oordeelt dat geen sprake is van een fout, omdat het valutaresultaat in overeenstemming met goed koopmansgebruik in 1995 tot de belastbare winst is gerekend.
De zaak betrof ook de vraag of het valutaresultaat een belemmering van het kapitaalverkeer volgens het EG-verdrag opleverde, maar het Hof volgt de Hoge Raad dat hiervan geen sprake is. Belanghebbende stelde dat de uitspraak op bezwaar in strijd was met artikel 10:3, derde lid, van de Awb, omdat dezelfde inspecteur zowel de aanslag als het bezwaar behandelde.
Het Hof stelde vast dat dit inderdaad het geval was en kende belanghebbende daarom een beperkte proceskostenvergoeding toe. Het beroep in de hoofdzaak werd echter ongegrond verklaard. De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op EUR 322, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en belanghebbende krijgt een beperkte proceskostenvergoeding wegens schending van artikel 10:3 Awb.