ECLI:NL:GHAMS:2003:AN9674
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Slijpen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzuimboete bij teruggegeven vermogensbelasting
Belanghebbende heeft de aangiften inkomstenbelasting 1999 en vermogensbelasting 2000 niet tijdig ingediend, waarna een verzuimboete van ƒ 750 werd opgelegd bij de aanslag vermogensbelasting. Hoewel de vermogensbelasting later is teruggegeven op grond van artikel 14, vijfde lid, van de Wet VB, is de verzuimboete niet verminderd.
Belanghebbende stelde dat de boete verminderd moest worden omdat het aanslagbedrag uiteindelijk niet positief was. Het Hof oordeelde echter dat de aanslag op een positief bedrag was vastgesteld en dat de teruggaaf geen vermindering van de aanslag betekende, maar een terugbetaling. Hierdoor was de boete terecht opgelegd.
Het Hof verwierp het beroep van belanghebbende en handhaafde de boete. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd, omdat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren. De uitspraak werd gedaan door mr. Slijpen namens de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de verzuimboete van ƒ 750 blijft gehandhaafd.