ECLI:NL:GHAMS:2003:AO0253
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Ingelse
- Rutten-Roos
- Hesselink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over bevoegdheid burgerlijke rechter bij geschil inzake bevolkingsregistergegevens
De zaak betreft een geschil tussen de gemeente Utrecht en AML over het verstrekken van gegevens uit het bevolkingsregister op grond van artikel 98 lid 1 Wet Pro GBA. AML had bij de gemeente verzocht om deze gegevens, maar de gemeente weigerde deze te verstrekken. Na een ongegrond verklaard bezwaar diende AML beroep in bij de bestuursrechter van de rechtbank Utrecht. De griffier stuurde het beroepschrift echter door naar de burgerlijke kamer, die vervolgens de zaak behandelde en de gemeente beval de gevraagde gegevens te verstrekken.
De gemeente stelde in hoger beroep dat de burgerlijke rechter niet bevoegd was om de zaak inhoudelijk te beoordelen, omdat het geschil betrekking had op een bestuursrechtelijke beslissing. Het hof oordeelde dat de doorzending van het beroepschrift van de bestuursrechter naar de burgerlijke rechter niet op de wet berust en dat de burgerlijke kamer de zaak niet had mogen behandelen. Er was geen gemotiveerde uitspraak van de bestuursrechter waarin deze zich onbevoegd verklaarde, zoals vereist volgens artikel 8:71 Awb Pro.
Het hof stelde vast dat geen verzoek aanhangig was bij de burgerlijke rechter en dat deze niet bevoegd is om van het geschil kennis te nemen, mede gelet op de Wet GBA en de Awb. Om redenen van proceseconomie onderzocht het hof of partijen gezamenlijk hadden verzocht om behandeling door de burgerlijke rechter, maar dit was niet het geval. De beschikking van de burgerlijke kamer werd vernietigd en de stukken werden teruggezonden naar de bestuursrechter.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de burgerlijke kamer en oordeelt dat de burgerlijke rechter niet bevoegd is om over het geschil te oordelen.