ECLI:NL:GHAMS:2003:AO0279
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Betaling overschrijvingskaarten vormt geen betaling in jaar van overhandiging voor aftrek onderhoudskosten
Belanghebbende, eigenaar van een woning met verhuurde etages, voerde onderhoudskosten op als aftrekbaar in zijn aangifte inkomstenbelasting 2000. Hij stelde dat hij in december 2000 overschrijvingskaarten aan de aannemer had overhandigd ter betaling van een factuur. De aannemer bezorgde deze kaarten ter post, maar de bankafschrijvingen vonden pas in januari 2001 plaats.
De inspecteur weigerde de aftrek voor het bedrag dat niet in 2000 was betaald, en verhoogde het belastbaar inkomen dienovereenkomstig. Het geschil betrof of de overhandiging van overschrijvingskaarten als betaling in 2000 kon worden beschouwd en of de aftrek terecht was geweigerd.
Het Hof oordeelde dat betaling in de zin van artikel 38 Wet Pro IB 1964 plaatsvindt op het moment van afschrijving van het bedrag van de rekening van de belastingplichtige, niet bij overhandiging van overschrijvingskaarten. Omdat de afschrijving in 2001 plaatsvond, kon de aftrek niet in 2000 worden genomen.
Daarnaast verwierp het Hof het bezwaar dat sprake was van onzorgvuldigheid of strijd met het motiveringsbeginsel vanwege vermeende belangenverstrengeling binnen de Belastingdienst. Er was geen bewijs van vooringenomenheid.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat betaling pas in 2001 plaatsvond, waardoor aftrek in 2000 niet mogelijk is.