ECLI:NL:GHAMS:2003:AO0284
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag en boetebeschikking wegens ontbreken kwade trouw bij aangifte woningbezit
Belanghebbende en zijn partner Y waren gezamenlijk eigenaar van een woning te Z en deden in 1998 aangifte inkomstenbelasting waarin belanghebbende het volledige huurwaardeforfait en hypotheekrenteaftrek van de woning in aanmerking nam. De inspecteur legde een navorderingsaanslag en boetebeschikking op omdat hij meende dat belanghebbende slechts voor de helft gerechtigd was tot de woning.
Het hof overweegt dat de inspecteur in voorgaande jaren heeft berust in de wijze van aangifte en dat belanghebbende daarom geen kwade trouw kan worden verweten. De vraag of de gerechtigdheid tot de woning daadwerkelijk was gewijzigd blijft in het midden, omdat belanghebbende redelijkerwijs mocht vertrouwen op de eerdere praktijk.
Het beroep wordt gegrond verklaard, de navorderingsaanslag en boetebeschikking worden vernietigd en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van rechtszekerheid en het ontbreken van kwade trouw bij belastingaangiften die in lijn zijn met eerdere jaren.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en boetebeschikking worden vernietigd omdat belanghebbende geen kwade trouw kan worden verweten.