ECLI:NL:GHAMS:2003:AO1261
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Faase
- Den Boer
- Slijpen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing artikel 13f Wet Vpb en verboden belemmering kapitaalverkeer bij liquidatieverlies deelneming
Belanghebbende, een Nederlandse houdster- en financieringsmaatschappij, had een deelneming in de Amerikaanse vennootschap Inc. verworven van haar Italiaanse moedermaatschappij S.p.A. De Inc. werd binnen drie jaar na verkrijging geheel of gedeeltelijk gestaakt. De inspecteur paste artikel 13f van de Wet op de vennootschapsbelasting toe, waardoor het liquidatieverlies niet in aanmerking werd genomen en stelde de aanslag vast.
Het Hof stelde vast dat de onderneming van de Inc. uiterlijk eind 1991 duurzaam was gestaakt, binnen drie jaar na verkrijging van de deelneming. Het Hof oordeelde dat artikel 13f Wet Vpb in deze situatie een verboden belemmering vormt van het kapitaalverkeer binnen de EU, omdat het liquidatieverlies niet werd erkend enkel vanwege de buitenlandse vestigingsplaats van de overdragende vennootschap.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur, stelde het verlies vast op ƒ 2.950.770 na correcties op het opgeofferde bedrag, en oordeelde dat de Staat aansprakelijk is voor de proceskosten en mogelijk te claimen schadevergoeding. Het onderzoek naar schadevergoeding werd heropend voor nadere beoordeling.
De uitspraak bevestigt dat anti-misbruikmaatregelen in belastingrecht zorgvuldig moeten worden vormgegeven en niet verder mogen gaan dan noodzakelijk om het doel te bereiken, ter voorkoming van ongeoorloofde belemmeringen van vrij verkeer binnen de EU.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de aanslag vennootschapsbelasting wordt vernietigd en het liquidatieverlies vastgesteld op ƒ 2.950.770.