ECLI:NL:GHAMS:2003:AO1605
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Dutmer
- M. Van Loon
- J. De Korte
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verkrijgingsprijs aandelen na geruisloze inbreng en waardering goodwill
Belanghebbende bracht haar eenmanszaak in bij de oprichting van Y BV per 1 januari 2000 en stelde een hogere verkrijgingsprijs van de aandelen vast dan de inspecteur had vastgesteld. Het geschil betrof de vraag of er zakelijke goodwill aanwezig was in de onderneming op het overgangstijdstip.
Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er op 1 januari 2000 sprake was van een overrendement of een hogere winstverwachting dan op basis van de gerealiseerde resultaten over 1998 en 1999. De prognoses voor 2000 waren gebaseerd op onzekere vooruitzichten en contracten die toen nog niet bestonden. Ook werd geoordeeld dat de gebruikelijkloonregeling van artikel 12a Wet LB 1964 niet relevant was voor de waardering van goodwill.
Het hof concludeerde dat de waarde van de goodwill niet hoger was dan het door de inspecteur vastgestelde bedrag van ƒ 71.000. Er was geen sprake van een zelfstandige, los van de persoon van belanghebbende bestaande organisatie die goodwill kon rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de beschikking van de inspecteur gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de beschikking van de inspecteur tot vaststelling van de verkrijgingsprijs wordt gehandhaafd.