ECLI:NL:GHAMS:2003:AO1668
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Splinter-van Kan
- Van Haeringen
- De Vries
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor deelname aan internationale hasjhandel en wapenbezit
De verdachte werd beschuldigd van deelname aan een internationaal opererende criminele organisatie die grote partijen hasj vervoerde en afleverde. Het hof stelde vast dat verdachte een leidinggevende rol had en tientallen personen bij de handel betrok. Daarnaast werd bewezen verklaard dat hij medegepleegd had bij het vervoeren en aanwezig hebben van aanzienlijke hoeveelheden hasj en dat hij in bezit was van een geladen vuurwapen.
De verdediging voerde onder meer aan dat het openbaar ministerie onrechtmatig had gehandeld door het inzetten van criminele burgerinfiltranten zonder wettelijke grondslag, wat volgens hen tot niet-ontvankelijkheid van het OM moest leiden. Het hof oordeelde echter dat de inzet van de burgerinfiltrant in 1998 niet direct verband hield met de zaak en dat de inzet in 2000 weliswaar burgerinfiltratie was, maar geen schending van rechtens te beschermen belangen opleverde.
Het hof verwierp ook de stellingen over obstructie tijdens de rogatoire verhoren en onjuiste verklaringen van de zaaksofficier. Gelet op de ernst van de feiten, eerdere veroordelingen en omstandigheden, legde het hof een gevangenisstraf van vier jaar op, met aftrek van voorarrest.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor deelname aan een internationale criminele organisatie en wapenbezit.