ECLI:NL:GHAMS:2003:AO3591
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Faase
- Beukers-van Dooren
- Hamer
- Rechtspraak.nl
Deelnemingsvrijstelling van toepassing op minderheidsbelang na aandelenruil in beursgenoteerde vennootschap
Belanghebbende, onderdeel van een internationaal concern, ruilde haar 16,3% belang in Q Limited in voor een 2,56% belang in de beursgenoteerde vennootschap QP. De inspecteur stelde dat dit belang niet als deelneming kon worden aangemerkt omdat het minder dan 5% bedroeg en er geen sprake was van normaal vermogensbeheer. Belanghebbende voerde aan dat het belang werd aangehouden in het kader van haar ondernemingsactiviteiten en vroeg bevestiging dat de deelnemingsvrijstelling van toepassing was.
Het Hof onderzocht of het aandelenbezit in QP anders dan als belegging werd gehouden. Gelet op de nauwe banden tussen belanghebbende, haar uiteindelijk gerechtigde T, en de vennootschap S die q-producten levert aan Q en QP, concludeerde het Hof dat het belang in QP gericht was op het (be)houden van een strategisch en economisch belang in de branche. Dit werd ondersteund door de omstandigheden van de aandelenruil, het streven naar versterking van samenwerking en het feit dat belanghebbende meer aandelen ontving dan strikt op basis van de fusieovereenkomst.
Hoewel belanghebbende geen directe bestuursfunctie bij QP kreeg en beperkte invloed had, ontkrachtte dit het strategische karakter van het belang niet. Het Hof verwierp het standpunt van belanghebbende dat het belang slechts als belegging werd gehouden en verklaarde de beroepen ongegrond. De aanslagen vennootschapsbelasting voor 1997 en 1998 werden gehandhaafd.
Uitkomst: Het Hof verklaart de beroepen ongegrond en handhaaft de aanslagen vennootschapsbelasting voor 1997 en 1998.