ECLI:NL:GHAMS:2003:AO5120
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Verheul
- Van Atteveld
- Kleene-Eijk
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor grensoverschrijdend transport van 483,9 kg MDMA in georganiseerd verband
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk buiten Nederland brengen van circa 483,9 kilogram MDMA, een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte, in de periode van 15 tot en met 20 november 2001, in georganiseerd verband betrokken was bij het transport van deze drugs naar Duitsland.
De verdediging voerde onder meer aan dat er onvoldoende verdenking bestond bij het toepassen van dwangmiddelen en dat observaties onrechtmatig waren verricht, onder andere vanwege het ontbreken van toestemming van Belgische autoriteiten voor grensoverschrijdende observaties. Het hof verwierp deze verweren, stellende dat de dwangmiddelen rechtmatig waren ingezet en dat de toestemming voor observaties in België wel was verleend, conform artikel 40 van Pro de Schengen Uitvoeringsovereenkomst.
Verder stelde de verdediging dat de verdachte enkel handelde in legale goederen zoals meubels, maar het hof verwierp dit op grond van versluierd taalgebruik in tapgesprekken en het ontbreken van aannemelijke onderbouwing. Het hof concludeerde dat de verdachte als tussenpersoon verantwoordelijk was voor het leggen van contacten binnen het criminele netwerk en kennis had van het strafbare transport.
De rechtbank had de verdachte aanvankelijk veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf, maar het hof legde een gevangenisstraf van vijf jaar op, met aftrek van voorarrest. De straf werd opgelegd gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden en de eerdere veroordelingen van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor het medeplegen van het transport van circa 483,9 kilogram MDMA.