ECLI:NL:GHAMS:2003:AO7481
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Gerritzen-Gunst
- Peeperkorn
- Wigleven
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake termijnoverschrijding ontkenning juridisch vaderschap
De dochter, geboren in 1953, wist vanaf haar zeventiende dat haar juridische vader niet haar biologische vader was. Na het overlijden van de juridische vader in 2000, lieten zij en haar biologische vader in 2001 een notariële akte opmaken waarin het vaderschap van de juridische vader werd ontkend en dat van de biologische vader erkend. De rechtbank verklaarde het verzoek van de dochter niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke termijn.
Appellanten stelden dat de termijn in strijd was met artikel 8 EVRM Pro, omdat het belang van het kind niet werd meegewogen en de rechtszekerheid niet werd geschaad. Het hof oordeelde dat de wettelijke termijn in principe noodzakelijk is voor rechtszekerheid en bescherming van het kind, maar in dit specifieke geval niet van toepassing is.
Het hof vond dat de dochter er belang bij heeft een familierechtelijke band met haar biologische vader te vestigen, dat de rechtszekerheid niet wordt geschaad omdat de juridische vader reeds is overleden, en dat de termijnoverschrijding een ongerechtvaardigde inmenging in het gezinsleven vormt. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en verklaarde de dochter ontvankelijk in haar verzoek.
Uitkomst: Het hof verklaart de dochter ontvankelijk en wijst het verzoek tot ontkenning van het vaderschap toe ondanks overschrijding van de wettelijke termijn.