ECLI:NL:GHAMS:2003:AO7583
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Faase
- Beukers-Van Dooren
- Hamer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing uitsmeerregeling en tariefheffing over nabetaling WAO en wettelijke rente
Belanghebbende ontving in 1999 een nabetaling van WAO-uitkeringen over de periode 1984-1988 en daarbij een vergoeding van wettelijke rente. De inspecteur legde een aanslag op waarbij de nabetaling deels werd belast tegen een bijzonder tarief van 31%, en de rente tegen 45%. Belanghebbende verzocht toepassing van de uitsmeerregeling en een lager tarief van 20%.
Het Hof overweegt dat de nabetaling en de rente niet kwalificeren als vervangende inkomsten in de zin van artikel 31 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964, waardoor geen wettelijke grond bestaat voor een afwijkend tarief dan het tabeltarief. De inspecteur stelt dat de rente naar het hoogste tarief van minimaal 46,7% zou zijn belast indien deze in de juiste jaren was toegerekend, en dat het huidige tarief van 45% dus niet te laag is.
Belanghebbende heeft geen feiten aangevoerd die het standpunt van de inspecteur weerleggen. Het Hof oordeelt dat belanghebbende geen belang heeft bij een oordeel over de toepasselijkheid van de uitsmeerregeling op de rente, omdat dit niet tot een lagere aanslag zou leiden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt gehandhaafd.