ECLI:NL:GHAMS:2003:AP1837
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- J.J.A.M. Kennis
- K.J.L. Hesselt van Dinter
- Rechtspraak.nl
Indeling van gepelde pompoenpitten voor menselijke consumptie in het gemeenschappelijk douanetarief
Belanghebbende, A B.V., maakte bezwaar tegen de herindeling van ingevoerde pompoenpitten door de inspecteur, die deze pitten in post 1209 91 90 (zaaigoed) had ingedeeld in plaats van post 1212 99 90 (vruchtenpitten voor menselijke consumptie). De pitten waren gepeld, hadden geen kiemkracht meer en werden gebruikt in bakkerswaren.
Na een laboratoriumonderzoek en uitgebreide juridische discussie over de toepasselijke tariefposten en toelichtingen, concludeerde de Douanekamer dat het beslissende criterium voor indeling de objectieve kenmerken en bestemming van de goederen zijn. Omdat de pitten geen kiemkracht hadden en voor menselijke consumptie bestemd waren, konden zij niet meer als zaaigoed worden aangemerkt.
De Douanekamer vernietigde daarom de uitspraken van de inspecteur, bepaalde dat de pitten ingedeeld moesten worden onder post 1212 99 90 van het GDT, en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende terugbetaald.
Uitkomst: De pompoenpitten worden ingedeeld onder post 1212 99 90 van het GDT en de aanslagen worden vernietigd.