ECLI:NL:GHAMS:2003:AP1845
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- M.E. van Hilten
- E.M. Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen aanslag douanerechten, omzetbelasting en accijns na onttrekking sigaretten
Belanghebbende werd aangesproken voor betaling van douanerechten, omzetbelasting en accijns naar aanleiding van de onttrekking van 691 kartons sigaretten uit een vrachtwagen die onder douanetoezicht stond. De sigaretten waren in de nacht van 2 op 3 april 1998 uitgeladen nadat de vrachtwagen was ontvreemd. Belanghebbende werd strafrechtelijk veroordeeld voor medeplegen van verduistering van deze vrachtwagenlading.
In het bestuursrechtelijke geschil betwistte belanghebbende dat hij als schuldenaar van de douanerechten en belastingen kon worden aangemerkt, omdat hij geen goederen aan het douanetoezicht zou hebben onttrokken. De Douanekamer oordeelde dat belanghebbende door zijn verklaringen en strafrechtelijke veroordeling voldoende bewijs leverde van deelname aan de onttrekking, waarbij hij wist of redelijkerwijs had moeten weten dat de sigaretten aan het douanetoezicht werden onttrokken.
De Douanekamer stelde vast dat de onttrekking aan het douanetoezicht ook de verschuldigdheid van omzetbelasting en accijns veroorzaakte, conform het Communautair Douanewetboek en relevante Europese jurisprudentie. Het beroep tegen de aanslagen werd daarom ongegrond verklaard. Het beroep tegen de beschikking vervolgingskosten werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de inspecteur nog geen uitspraak op het bezwaar had gedaan.
De Douanekamer wees het beroep af en deed geen uitspraak over proceskosten. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslagen douanerechten, omzetbelasting en accijns wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de beschikking vervolgingskosten niet-ontvankelijk.