ECLI:NL:GHAMS:2003:AQ3767
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- E.N. Punt
- K.J.L. Hesselt van Dinter
- Rechtspraak.nl
Indeling natriumsalinomycine in het Gemeenschappelijk Douanetarief als grondstof voor diervoederadditief
Belanghebbende, D B.V., voerde natriumsalinomycine in en gaf dit aan onder post 2309 90 31 van het Gemeenschappelijk Douanetarief (GDT). De douane herclassificeerde het product onder post 2309 90 93, wat leidde tot een hogere heffing van douanerechten en omzetbelasting. Belanghebbende stelde dat het product onder post 2941 (antibiotica) of subsidiair onder andere posten moest worden ingedeeld.
Het product is een fermentatieproduct met 40-43% natriumsalinomycine en overige gedroogde resten van de voedingsbodem, gebruikt als additief in diervoeder voor slachtpluimvee. Het hof oordeelde dat het product geen geïsoleerde chemisch welbepaalde verbinding is, maar een prémélange, en daarom niet onder post 2941 valt. De aanwezigheid van andere stoffen dan natriumsalinomycine sluit indeling onder toxines in post 3002 uit.
De inspecteur voerde aan dat het product terecht onder post 2309 90 93 is ingedeeld, waarbij het laboratoriumonderzoek geen glucose aantoonde, in tegenstelling tot de stellingen van belanghebbende. Het hof vond de laboratoriummethode geschikt en verwierp het beroep. De Douanekamer verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de heffing van douanerechten en omzetbelasting.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de herindeling van natriumsalinomycine en de heffing van douanerechten en omzetbelasting wordt ongegrond verklaard.