ECLI:NL:GHAMS:2004:AO3784
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- J. Bijl
- M. Vrouwenvelder
- M. Beukers-van Dooren
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen naheffingsaanslag omzetbelasting wegens onterechte BTW-aftrek deelnemingskosten
Belanghebbende, een B.V., kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over maart 1998. Na bezwaar en beroep bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage werd het beroep ongegrond verklaard. De Hoge Raad vernietigde deze uitspraak en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam.
Het geschil betrof de vraag of het verwerven, houden en verkopen van een deelneming economische activiteiten zijn in de zin van de Zesde richtlijn, en daarmee of de BTW op verkoopkosten aftrekbaar is. Het Hof stelde vast dat de Hoge Raad een duidelijke verwijzingsopdracht had gegeven en dat het Hof zich daaraan moest houden zonder prejudiciële vragen te stellen.
Het Hof concludeerde dat de verkoop van de deelneming niet door een effectenmakelaar werd verricht en dat belanghebbende zich mengde in het beheer van de vennootschap. De BTW op de verkoopkosten was volledig aftrekbaar omdat de diensten uitsluitend ten behoeve van andere belastbare prestaties waren verricht.
Daarom werd de naheffingsaanslag vernietigd, de inspecteur veroordeeld tot proceskostenvergoeding van €966 en het griffierecht van €204,20 aan belanghebbende terugbetaald. Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt vernietigd en de inspecteur wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.