ECLI:NL:GHAMS:2004:AO4680
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Broekhuijsen-Molenaar
- Van Zandwijk-Hillebrands
- Driessen-Poortvliet
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep erkenning minderjarige op grond van dwaling en verzoek DNA-onderzoek
De man heeft de minderjarige voor de geboorte erkend, uitgaande van het vaderschap. Na de geboorte ontstond twijfel over het biologische vaderschap, mede door uitspraken van de vrouw tijdens ruzies en informatie van derden. De man verzocht vernietiging van de erkenning wegens dwaling, maar werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard.
In hoger beroep oordeelt het hof dat de man binnen de wettelijke termijn van een jaar na ontdekking van de dwaling zijn verzoek heeft ingediend. Het enkele feit dat de vrouw in ruzies beweerde dat hij niet de biologische vader was, startte de termijn niet, omdat zij die beweringen steeds introk. Pas toen de twijfel concreter werd, werd de dwaling ontdekt.
Het hof beveelt een DNA-onderzoek om het biologische vaderschap vast te stellen en houdt de zaak aan tot ontvangst van het deskundigenrapport. De kosten van het onderzoek worden voorlopig ten laste van 's Rijks kas gebracht. De zaak wordt voortgezet na ontvangst van het rapport, met een oproeping van partijen voor een nieuwe zitting.
Uitkomst: Het hof verklaart de man ontvankelijk in zijn verzoek tot vernietiging van de erkenning en beveelt DNA-onderzoek aan om het biologische vaderschap vast te stellen.