ECLI:NL:GHAMS:2004:AO5462
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Boersma
- Van Schaik
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de rechtmatigheid van de tarieven onroerende-zaakbelastingen Amsterdam 2000
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het beroep van belanghebbende tegen de aanslagen onroerende-zaakbelastingen (ozb) voor het jaar 2000 opgelegd door de gemeente Amsterdam. Belanghebbende stelde dat de gemeenteraad de artikelen 219, tweede lid, 220f, tweede lid, en 220g van de Gemeentewet onjuist had toegepast bij het vaststellen van de tarieven.
De gemeenteraad had de tarieven voor gebruikers- en eigenarenbelasting voor woningen en niet-woningen vastgesteld binnen de grenzen van de genoemde wetsartikelen. Belanghebbende voerde aan dat de berekening van de areaalwaarden ongelijk was toegepast, waardoor eigenaren zwaarder werden belast dan gebruikers. Het hof oordeelde dat dit geen gegrond beroep oplevert omdat de wet zich richt op de tarieven en niet op de totale opbrengstverhouding.
Verder stelde belanghebbende dat de belasting afhankelijk was gesteld van inkomen, winst of vermogen, wat volgens artikel 219 Gemeentewet Pro niet is toegestaan. Het hof stelde vast dat de tarieven binnen de wettelijke kaders waren vastgesteld en dat er geen sprake was van een dergelijke afhankelijkheid.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af. De uitspraak werd op 26 februari 2004 ter openbare zitting uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de ozb-aanslagen 2000 is ongegrond verklaard.