ECLI:NL:GHAMS:2004:AO5613
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Dutmer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kostenegalisatiereserve voor VUT-regeling directeur wegens ontbreken stellig voornemen
Belanghebbende, een beheermaatschappij met een directeur die tevens aandeelhouder is, had een kostenegalisatiereserve (KER) gevormd ter zake van een vermeende VUT-regeling voor haar directeur. De inspecteur weigerde deze KER in de winstberekening over 1998 en 1999 te erkennen. Belanghebbende stelde dat er een stellig voornemen bestond om vervroegde uittreding mogelijk te maken, zoals blijkt uit notulen van de algemene vergadering van aandeelhouders.
Het hof oordeelde dat het enkel uitspreken van een voornemen in een aandeelhoudersvergadering onvoldoende is om te spreken van een stellig voornemen of een stellige verwachting. Er was geen bewijs dat een daadwerkelijke VUT-regeling bestond of dat er een verplichting tot uitkeringen was. De onzekerheden omtrent het toekomstige karakter van de uitkeringen maakten passivering via een KER niet gerechtvaardigd.
Ook werd overwogen dat de directeur geen rechten kon ontlenen aan het voornemen, dat het voornemen onzakelijk was en dat de uitkeringen slechts zouden worden gedaan indien het vermogen van de vennootschap dat toeliet. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de kostenegalisatiereserve voor de VUT-regeling wordt niet toegestaan.