ECLI:NL:GHAMS:2004:AO7526
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Gerritzen-Gunst
- Van Zandwijk-Hillebrands
- Lukács
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake wijziging levensonderhoudsuitkering na bedrijfseconomische omstandigheden
Partijen zijn in 1961 gehuwd en in 2001 gescheiden. De man was directeur en enig aandeelhouder van twee B.V.'s met een verlieslijdend kledingbedrijf. In een convenant werd een levensonderhoudsuitkering voor de vrouw vastgesteld, gebaseerd op de verwachting dat het bedrijf weer winstgevend zou worden.
De man verzocht om verlaging van de uitkering omdat hij zijn inkomen had verlaagd om het bedrijf te redden. De rechtbank wijzigde de uitkering dienovereenkomstig. De vrouw ging in hoger beroep en verzocht de wijziging terug te draaien.
Het hof oordeelde dat de man ten tijde van het convenant optimistisch was over de toekomst van zijn bedrijf en dat de verliezen afnamen. De verlaging van zijn inkomen was niet gebaseerd op nieuwe omstandigheden, maar was een bedrijfskundige keuze. Daarom was er geen relevante wijziging van omstandigheden die een verlaging van de uitkering rechtvaardigde.
Het hof vernietigde de bestreden beschikking en wees het verzoek van de man af, waarmee de oorspronkelijke uitkering gehandhaafd bleef. De overige grieven werden niet behandeld omdat het hoofdverzoek werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man af en handhaaft de oorspronkelijke uitkering tot levensonderhoud van de vrouw.