ECLI:NL:GHAMS:2004:AO7660
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Boersma
- Milder-Wolbers
- Rechtspraak.nl
Geen ongerechtvaardigde benadeling door regeling lopende rentetermijnen in Invoeringswet IB 2001
Belanghebbende ontving in 2001 rente en diende aangifte inkomstenbelasting in waarbij een deel van de rente werd belast als inkomen uit werk en woning. De inspecteur legde een voorlopige aanslag op, gevolgd door een definitieve aanslag waarbij geen belasting meer verschuldigd was. Belanghebbende stelde dat de toepassing van de Invoeringswet IB 2001 leidde tot dubbele heffing.
Het Hof oordeelde dat de rechter niet mag toetsen aan de billijkheid van de wet en dat de wetgever met de regeling beoogde heffingstekorten en manipulatie te voorkomen. De verschillen in behandeling van rente en dividend zijn bewust en niet ongerechtvaardigd. Tevens werd geoordeeld dat het achterwege blijven van een vergoeding van heffingsrente door de inspecteur niet in strijd is met wettelijke bepalingen.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard. Het Hof zag geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten, mede omdat de inspecteur voorafgaand aan het beroep inhoudelijk op de grieven was ingegaan. De uitspraak werd mondeling gedaan en op verzoek kan deze schriftelijk worden vastgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2001 en het uitblijven van heffingsrentevergoeding is ongegrond verklaard.