ECLI:NL:GHAMS:2004:AO7851
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Gerritzen-Gunst
- Wigleven
- Duynstee
- Rechtspraak.nl
Wijziging eenhoofdig ouderlijk gezag van vader naar moeder wegens niet naleven belang minderjarige
De vader en moeder zijn in 1999 gescheiden waarbij de vader het ouderlijk gezag over de in 1997 geboren minderjarige kreeg toegewezen. De moeder verbleef destijds in Marokko en was niet op de hoogte van de echtscheidingsprocedure. De vader keerde in 1998 met het kind terug naar Nederland, waarbij hij de moeder achterliet in Marokko en haar papieren meenam. De moeder heeft het kind sindsdien niet meer gezien.
De Raad voor de Kinderbescherming bracht rapporten uit waarin werd vastgesteld dat de vader niet meewerkt aan contact tussen de moeder en het kind en ook niet aan de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Hierdoor was het niet mogelijk om zicht te krijgen op de opvoedingssituatie bij de vader of een omgangsregeling te realiseren. De vader gaf aan geen contact met de moeder te willen en dreigde ook het contact met het kind te verbreken als de moeder het gezag zou krijgen.
Het hof oordeelde dat de vader het gezag niet uitoefent op een wijze die het belang van de minderjarige waarborgt. Er was geen bewijs dat de moeder geen opvoedingskwaliteiten heeft, hoewel zij het kind niet op school bezocht. Het belang van het kind vereist contact met beide ouders. Daarom werd de beschikking van de rechtbank bekrachtigd waarbij de moeder het gezag krijgt toegewezen en de vader wordt uitgesloten. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De moeder wordt belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige, met uitsluiting van de vader.