ECLI:NL:GHAMS:2004:AO7956
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Goes
- Van de Merwe
- Hamer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag loonbelasting wegens onterechte S&O-verklaring
Belanghebbende, een exploitant van een energiedistributiebedrijf, kreeg van de Minister van Economische Zaken S&O-verklaringen toegekend voor diverse onderzoeksprojecten in 1996 en 1997. Op basis hiervan droeg zij minder loonbelasting af. De inspecteur legde echter een naheffingsaanslag op omdat hij meende dat de S&O-verklaring ten onrechte was afgegeven, mede omdat belanghebbende en haar dochtervennootschappen subjectief waren vrijgesteld van vennootschapsbelasting.
Het geschil betrof de vraag of de inspecteur loonbelasting mocht naheffen ondanks de afgegeven S&O-verklaring. Het hof oordeelde dat zolang de S&O-verklaring niet was ingetrokken of ten nadele van belanghebbende gewijzigd, de inspecteur geen grond had voor naheffing. De wetgever had immers bepaald dat alleen de Minister van Economische Zaken bevoegd is om de juistheid van de S&O-verklaring te beoordelen.
Het hof stelde vast dat belanghebbende de S&O-verklaringen correct had toegepast en dat de werkzaamheden daadwerkelijk speur- en ontwikkelingswerk betroffen. De naheffingsaanslag werd daarom vernietigd. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Het hof wees erop dat beroep in cassatie mogelijk is bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting over 1996 en 1997 wordt vernietigd omdat de S&O-verklaring niet was ingetrokken of gewijzigd ten nadele van belanghebbende.