ECLI:NL:GHAMS:2004:AO8145
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Van Wijnen-Vergeer
- IJland-Van Veen
- Van Lingen
- Rechtspraak.nl
Vergoeding voor onrechtmatige uitleveringsdetentie na rauwe afwijzing door minister
Verzoeker werd op 13 september 2002 in verzekering gesteld in verband met een uitleveringsverzoek wegens verdenking van overtreding van de Opiumwet. De voorlopige hechtenis werd op 19 september 2002 bevolen en verzoeker verbleef van 3 oktober 2002 tot 13 januari 2003 in uitleveringsdetentie. Op 13 januari 2003 wees de minister van Justitie het uitleveringsverzoek rauwelijks af, waarna verzoeker in vrijheid werd gesteld.
Verzoeker vorderde een schadevergoeding van in totaal €42.700,- wegens onrechtmatig handelen van de minister, waaronder een verhoogde dagvergoeding van €350,-. De rechtbank kende eerder een vergoeding van €4.970,- toe. Het hof vernietigde deze beschikking en oordeelde dat onrechtmatig handelen van de minister niet aannemelijk was gemaakt. Het hof vond wel billijkheidsggronden voor een vergoeding van €70,- per dag voor de 122 dagen uitleveringsdetentie.
Het hof wees het verzoek tot een hogere vergoeding af en kende verzoeker een totaalbedrag van €8.540,- toe. De beschikking werd onverwijld betekend en de betaling aan verzoeker bevolen.
Uitkomst: Het hof kent een schadevergoeding van €8.540,- toe wegens uitleveringsdetentie en wijst een hogere vergoeding af.