ECLI:NL:GHAMS:2004:AO9138
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Goes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering onroerende zaken met invloed Huisvestingsverordening Amsterdam
Belanghebbende is eigenaar van vier woningen in Amsterdam waarvan de waarde per 1 januari 1999 door de gemeente is vastgesteld. Belanghebbende betwist deze waarderingen en stelt dat rekening moet worden gehouden met de waardedrukkende invloed van de Huisvestingsverordening, die de verhuur en verkoop beperkt.
Het Hof stelt vast dat de gemeente de vergelijkingsmethode correct heeft toegepast en dat de vergelijkingsobjecten passend zijn gekozen. De stelling van belanghebbende dat de Huisvestingsverordening de waarde significant drukt, is onvoldoende onderbouwd. Het Hof wijst erop dat er in Amsterdam woningnood heerst en dat er veel potentiële huurders zijn, ondanks de vergunningseisen.
Verder oordeelt het Hof dat het niet tijdig indienen van een verweerschrift door de gemeente geen sancties oplevert, maar wel leidt tot vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de gemeente wordt gelast het griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarden blijven gehandhaafd.