ECLI:NL:GHAMS:2004:AP1115
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Onnes
- J. Steenbergen
- M. Van Vijfeijken
- Rechtspraak.nl
Nietigheid vaststellingsovereenkomst aandelenopties en fiscale gevolgen
Belanghebbende, werknemer bij E BV, maakte aanspraak op fiscale behandeling van aandelenopties toegekend in 1999. Tussen E en de Belastingdienst bestond een vaststellingsovereenkomst die het heffingsmoment van opties bepaalde op het moment van toekenning, afwijkend van het wettelijke genietingsmoment waarop opties onvoorwaardelijk worden.
Het hof oordeelt dat deze vaststellingsovereenkomst nietig is omdat partijen doelbewust in strijd met de wet handelden zonder onzekerheid of geschil, waardoor de overeenkomst niet voldoet aan de vereisten van een vaststellingsovereenkomst volgens Boek 7 BW. Hierdoor moeten de opties volgens het wettelijke systeem worden belast, wat leidt tot een vermindering van het belastbaar inkomen.
Daarnaast stelde belanghebbende dat een hogere woningwaarde in het echtscheidingsconvenant een afkoopsom alimentatie betrof, maar het hof oordeelt dat hiervan geen sprake is. De aanslag wordt verminderd, de verzuimboete blijft gehandhaafd en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vaststellingsovereenkomst is nietig verklaard en de aanslag inkomstenbelasting is verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 310.377.