ECLI:NL:GHAMS:2004:AP7158
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Slijpen
- Van Rijn
- Rechtspraak.nl
Premies lijfrenten echtgenote niet aftrekbaar bij belanghebbende volgens Europese en nationale regels
Belanghebbende betwistte de aanslag inkomstenbelasting 1999 omdat de door zijn echtgenote betaalde lijfrentepremies niet bij hem in aftrek werden gebracht. Hij stelde dat deze premies, hoewel door zijn echtgenote betaald, ook bij hem in aanmerking moesten worden genomen op grond van een Europese richtlijn over pensioenrechten.
Het Hof stelde vast dat premies voor lijfrenten aftrekbaar zijn bij degene die ze daadwerkelijk betaalt. Omdat de premies van ƒ 10.000 door de echtgenote zijn betaald, moeten deze bij haar belastbaar inkomen worden betrokken. Dit is niet in strijd met het Europese recht. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat hij zelf meer premies had betaald dan de reeds erkende ƒ 1.200.
Verder werd het geschil over buitengewone lasten behandeld. De door belanghebbende opgevoerde premies voor ziektekostenverzekering waren lager dan de drempel voor aftrek. Zijn stelling dat ook premies voor ongevallen- en arbeidsongeschiktheidsverzekering aftrekbaar waren, werd niet onderbouwd en niet aangenomen.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en het Hof wees een veroordeling in proceskosten af wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.