ECLI:NL:GHAMS:2004:AQ5328
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- H.J. Bokhorst
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Douaneschuld ontstaat bij inschrijving goederen in administratie onder domiciliëringsprocedure
Belanghebbende, een internationale onderneming met een vergunning voor een douane-entrepot type C-bac, voerde beroep aan tegen de vaststelling van de douaneschuld op 31 december 1997. De inspecteur stelde dat de inschrijving van de goederen in de administratie op die datum gelijkstaat aan de aanvaarding van de aangifte, waardoor de douaneschuld is ontstaan. Belanghebbende betoogde dat de douaneschuld pas op 2 januari 1998 ontstond, toen de goederen fysiek het entrepot verlieten en de verkoopfactuur werd opgemaakt.
De Douanekamer stelde vast dat de administratieve boeking van goederen van het entrepot naar de vrije voorraad dezelfde juridische waarde heeft als de aanvaarding van de aangifte op grond van artikel 76 CDW Pro. Het Material Transaction Accounting Detail Report toonde aan dat op 31 december 1997 goederen waren ingeschreven voor het vrije verkeer. De fysieke uitslag volgt administratief later en is niet bepalend voor het ontstaan van de douaneschuld.
De stelling van belanghebbende dat zij abusievelijk de nieuwe procedure van 1998 had toegepast werd door de inspecteur weersproken. Ook het beroep op artikel 204 CDW Pro faalde omdat geen sprake was van niet-naleving van verplichtingen. De Douanekamer verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de douaneschuld op 31 december 1997 is ontstaan.
Uitkomst: De Douanekamer verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de douaneschuld op 31 december 1997 is ontstaan bij inschrijving van de goederen in de administratie.