ECLI:NL:GHAMS:2004:AQ5832
Gerechtshof Amsterdam
- Mondelinge uitspraak
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt tijdstip betaling belastingschuld bij girale betaling
Belanghebbende, een vennootschap, had over het tweede kwartaal van 2003 loonbelasting en premie volksverzekeringen moeten afdragen. De betaling vond plaats via girale overschrijving, waarbij het bedrag op 31 juli 2003 van de bankrekening van een derde werd afgeschreven, maar pas op 1 augustus 2003 bijgeschreven op de bankrekening van de Belastingdienst.
De inspecteur legde op grond van artikel 67c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen een verzuimboete op wegens te late betaling. Belanghebbende voerde aan dat tijdig was betaald omdat het bedrag op 31 juli 2003 van haar bankrekening was afgeschreven.
Het Hof oordeelde dat de betaling pas plaatsvindt op het moment dat het bedrag op de rekening van de Belastingdienst is bijgeschreven, conform vaste jurisprudentie van de Hoge Raad. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat contante betaling op het postkantoor direct op die dag aan de Belastingdienst wordt gedaan, wat niet vergelijkbaar is met girale betaling.
Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de boete van €237. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de verzuimboete wegens te late betaling wordt ongegrond verklaard.