ECLI:NL:GHAMS:2004:AQ5856
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.S.W. Holtrop
- W.A.H. Melissen
- N.J.M. Tijhuis
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn in klachtprocedure gerechtsdeurwaarders
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders, waarin zijn verzet tegen een eerdere beslissing van de voorzitter van de kamer was afgewezen als kennelijk ongegrond en niet-ontvankelijk verklaard. De klacht betrof vermeende fouten van onder meer Unigarant, de ANWB en de gerechtsdeurwaarders, die volgens appellant tot hoge kosten hadden geleid.
De kamer voor gerechtsdeurwaarders had bij beschikking van 25 november 2003 het verzet van appellant niet-ontvankelijk verklaard, omdat het verzet buiten de wettelijke termijn van veertien dagen was ingesteld. Appellant was tijdig op de hoogte gesteld van de beslissing van de voorzitter, zodat de termijnoverschrijding niet kan worden gerechtvaardigd.
Het Gerechtshof Amsterdam heeft bij openbare terechtzitting van 22 juli 2004 de ontvankelijkheid van het hoger beroep onderzocht en geconcludeerd dat appellant niet in zijn hoger beroep kan worden ontvangen. Dit volgt uit de wettelijke regeling in de Gerechtsdeurwaarderswet, die bepaalt dat tegen de met redenen omklede beslissing van de kamer geen rechtsmiddel openstaat. De verdere inhoudelijke gronden van appellant zijn daarom niet behandeld.
De beslissing van het hof luidt dat appellant niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer van 25 november 2003. Hiermee is het hoger beroep definitief afgewezen.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.