ECLI:NL:GHAMS:2004:AQ5885
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.R. van der Winkel
- G. van Eerden
- J.E. Huisman
- W. Meijling
- E.R. Willems
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid klacht tegen notaris wegens overschrijding termijn Wet op het Notarisambt
Klaagster diende een klacht in tegen de notaris over diens werkzaamheden in 1993 betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van haar overleden echtgenoot. De klacht werd ingediend in 2003, ruim na de wettelijke termijn van drie jaar na kennisname van het handelen of nalaten van de notaris, zoals voorgeschreven in artikel 99 lid 12 van Pro de Wet op het Notarisambt (WNA).
De klacht betrof de afhandeling van een conceptakte van verdeling die in 1993 was opgesteld maar niet werd gepasseerd. Pas in 1999 werd een akte van verdeling gepasseerd door een andere notaris. Klaagster stelde dat zij pas in 1995, bij het dreigende faillissement van haar bedrijf, ontdekte dat de nalatenschap niet conform het testament was afgehandeld.
De kamer van toezicht verklaarde de klacht niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de klachttermijn. Het hof bevestigde dit oordeel en wees tevens op het ontbreken van bewijs dat de notaris in 1993 of daarna in strijd met zijn tuchtrechtelijke normen had gehandeld. Het beroep van klaagster werd verworpen, waarmee de niet-ontvankelijkheid van de klacht definitief werd vastgesteld.
Uitkomst: Het hof verklaart de klacht tegen de notaris niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn.