ECLI:NL:GHAMS:2004:AQ7396
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bijl
- Van Hilten
- Beukers – Van Dooren
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over toepassing douanewetgeving en EUR.1-certificaten bij navordering douanerechten
In 1997 heeft belanghebbende als douane-expediteur in opdracht van I B.V. diverse aangiften gedaan voor het vrije verkeer van boter met Estland als oorsprongsland, onder overlegging van EUR.1-certificaten afgegeven door de Estse douane. Na een onderzoek door de Europese Commissie bleek dat de exporteur J Ltd niet de originele documenten kon overleggen die de Estse oorsprong bevestigen. De Estse douane verklaarde de certificaten ongeldig, maar deze beslissing werd later nietig verklaard wegens formele redenen.
De inspecteur heeft vervolgens navorderingsuitnodigingen tot betaling van douanerechten vastgesteld, waarop belanghebbende bezwaar maakte en beroep instelde. Belanghebbende voerde aan dat de navordering onterecht was, onder meer omdat de nieuwe tekst van artikel 220, tweede lid, onderdeel b, van het CDW niet van toepassing zou zijn, er geen onjuiste certificaten waren, en dat alternatieve bewijsmiddelen van oorsprong niet in aanmerking waren genomen.
Het Hof overwoog dat controles achteraf op EUR.1-certificaten mogelijk zijn en dat artikel 32 van Pro het Protocol ook op deze controles ziet. Hoewel de inspecteur niet strikt de voorgeschreven procedure volgde, achtte het Hof de uitkomsten van het onderzoek betrouwbaar. Het Hof verwierp het beroep op alternatieve bewijzen en overmacht en oordeelde dat de bewijslast voor onjuiste certificaten bij de inspecteur ligt. Het Hof stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de toepassing van artikel 220, tweede lid, onderdeel b, van het CDW, met name over de vraag of de nieuwe tekst van toepassing is op navorderingen vóór de inwerkingtreding en wie de bewijslast draagt bij onjuiste certificaten.
Uitkomst: Het Gerechtshof heeft het geding geschorst en prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie over de toepassing van artikel 220, tweede lid, onderdeel b, van het CDW bij navordering van douanerechten.