ECLI:NL:GHAMS:2004:AQ7873
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Onnes
- Schaap
- Nijenhof
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid vooruitbetaalde onderhoudskosten aan monumentenpand bevestigd
De erflaatster was eigenaar van een monumentenpand dat beheerd werd door een besloten vennootschap waarvan haar zoon directeur was. In 1998 werd een offerte uitgebracht voor onderhoudswerkzaamheden die in 2002 en 2003 zijn uitgevoerd. De erflaatster betaalde het bedrag in drie termijnen tussen 1998 en 2000, waaronder een betaling in 1999 van ƒ 71.259. De inspecteur betwistte de aftrekbaarheid van deze vooruitbetaalde onderhoudskosten in 1999 en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens ontbrekende gronden.
Het hof oordeelde dat de betaling niet als depotstorting kan worden aangemerkt omdat de werkzaamheden overeengekomen waren en het uitstel van uitvoering door onzekerheid over huurcontractverlenging geen voorwaarde was voor het onderhoud. De erflaatster had feitelijk de beschikkingsmacht over het geld verloren. De inspecteur erkende ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk te hebben verklaard. Het hof verklaarde het bezwaar alsnog ontvankelijk, vernietigde de bestreden uitspraak en stelde het belastbare inkomen vast op ƒ 262.132 na aftrek van de onderhoudskosten.
Daarnaast werd een geschil over een fictief rendement op buitenlandse beleggingen niet inhoudelijk behandeld omdat correcties elkaar compenseerden. Het hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten van € 966 en het griffierecht van € 31 aan belanghebbende. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: Het hof verklaarde het bezwaar ontvankelijk, vernietigde de bestreden uitspraak en stelde het belastbare inkomen lager vast na aftrek van vooruitbetaalde onderhoudskosten.