ECLI:NL:GHAMS:2004:AQ8896
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- S.G. Ellerbroek
- R.G. Kemmers
- N.J.M. Tijhuis
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep gemachtigde in klachtprocedure tegen gerechtsdeurwaarder
Deze zaak betreft een klachtprocedure tegen een gerechtsdeurwaarder die een executie heeft voortgezet op basis van een betwist bevelschrift. Klager stelde dat de executie onrechtmatig was omdat het bevelschrift mogelijk vals was en de gerechtsdeurwaarder onvoldoende onderzoek had gedaan. De klacht werd ongegrond verklaard door de kamer voor gerechtsdeurwaarders.
In hoger beroep stelde de gemachtigde van klager zich op het standpunt dat hij zelf klachtrecht had, maar het hof oordeelde dat alleen klager zelf klachtrecht toekomt. De stukken toonden aan dat de klacht namens klager was ingediend en dat de gemachtigde niet zelfstandig mocht optreden in hoger beroep.
De inhoudelijke beoordeling van de klacht door de kamer voor gerechtsdeurwaarders werd bevestigd: de gerechtsdeurwaarder had gehandeld binnen zijn ministerieplicht en mocht uitgaan van de juistheid van de titel. Verdere beoordeling van de rechtmatigheid van de executie behoort tot de civiele rechter.
Het hof verklaarde het hoger beroep van de gemachtigde niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders. De procedure illustreert de beperkingen van klachtrecht en de rol van de gerechtsdeurwaarder bij de uitvoering van ambtshandelingen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemachtigde van klager wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat alleen klager zelf klachtrecht heeft.